Het Lichtschip

Voor de bemanning van het lichtschip Texel is het leven voorspelbaar, het werk eentonig, de leefruimte beperkt en de beloning gering. De mannen lopen wacht, doen weermetingen, noteren de namen van passerende schepen en houden het licht brandende. 

Bij storm rukt het schip aan de ketting, in dichte mist loeit de misthoorn, op heldere nachten zijn de sterren ontelbaar. En na vier weken mogen de mannen weer naar de wal. Daar kijken ze allemaal reikhalzend naar uit.

In het middelpunt van de kleine gemeenschap van mannen op zee staat de kok, die drie keer per dag op vaste tijden het ritueel van de maaltijd verzorgt. Het eten biedt troost en houvast in het eentonige geïsoleerde bestaan. Lammert, de kok op het lichtschip, is dan ook de belangrijkste man aan boord.

Alles gaat zijn gang tot de dag dat de kok een levend geitenbokje meeneemt aan boord. Om te slachten voor een stoofpot. 

De komst van dit jonge, springerige beest gooit de vaste routine van het lichtschip in de war en zet de verhoudingen op scherp. Wat begint als een welkome onderbreking van het saaie bestaan, ontwikkelt zich tot een splijtzwam die sluimerende angsten wekt en uiteindelijk zelfs slachtoffers maakt.

Peter Brusse leest voor op de presentatie.

Foto Remco Mastenbroek

Der Schiffskoch (Februar 2021, Mare Verlag)

Statt die Weltmeere zu bereisen und fremde Länder zu erkunden, fristet die Crew des Feuerschiffs »Texel« ein Leben an der Ankerkette. In der öden Alltagsroutine bilden die ausgefallenen Gerichte des verschrobenen Schiffskochs die einzigen Lichtblicke.

Doch das Ziegenböckchen, das der Koch als Hauptzutat seines nächsten Menüs lebendig mit auf das Schiff bringt, setzt eine unerwartete Dynamik in Gang: Für Teile der Mannschaft wird es vom Proviant zum Kameraden, anderen gegenüber zeigt es seine diabolische Seite und löst inmitten dichter Nebelschwaden Chaos an Bord der »Texel« aus. Und als der Nebel sich endlich lichtet, gibt es einen Toten zu beklagen ...

Mit wundervoll lakonischem Humor und literarischem Tiefgang entführt uns Mathijs Deen auf sein fest verankertes Narrenschiff, auf eine Reise ohne Ziel, über ein Meer von skurrilen Begebenheiten.