1

 

De eerste keer dat de kok iets zei over een geitenbokje, was als over een ingrediënt

Het was nog niet eens zomer, de eerste week van juni, maar toch al een benauwd heiige dag op het lichtschip Texel. Alles dampte: de zee onder de stekende zon, het geschrobde dek buiten de geopende patrijspoorten, de hachee op de borden van de motordrijvers en de matrozen. 

De kok die even daarvoor naar gewoonte de mannen op volgorde van dienstjaren het eten had opgeschept, was op weg naar de kombuis in de deuropening blijven staan en had zich daar met de leeg geschepte schaal nog in zijn handen omgedraaid. 

Daar stond hij en keek hoe de mannen aten. 

De jongste matroos keek op van zijn bord en stootte de motordrijver naast hem aan. Die legde zijn vork neer en al gauw staarde iedereen terug naar de kok.

‘Alles in orde, Lammert?’ informeerde Henk Kaag, de oudste matroos.

Maar de kok antwoordde niet.